Bijna dertig jaar later is Tsjechië nog steeds arm

24 april 2017

Een interessant bericht op de website Europe Now zag ik voorbij komen in mijn tijdlijn op Twitter afgelopen weekend. Het betrof een discussie die onlangs in Tsjechië is losgebarsten over wat nu eigenlijk het voordeel is van het lidmaatschap van de Europese Unie, 28 jaar na de val van de muur.

Destijds hadden de landen die zo'n veertig jaar opgesloten hadden gezeten achter het IJzeren Gordijn vol enthousiasme het Westerse evangelie van het moderne kapitalisme omarmd: open grenzen voor kapitaal, een terugtredende overheid, de destructieve krachten van het kapitalisme hun zegenende werk laten doen en twintig jaar later zouden ze net zo rijk zijn als de West-Europeanen. 

Maar zo ging het niet. En de sociaaldemocraten legden onlangs onbedoeld de vinger op de zere plek toen zij een nieuw, progressief belastingstelsel voorstelden. Op dit moment heeft Tsjechië een vlaktax, maar in het nieuwe voorstel zou de rijkste negen procent meer belasting moeten gaan betalen en de rest minder. Nu is dit natuurlijk tegen het zere been van die rijken, maar ook de rest was ontevreden. Waarom?

Nou, die rijkste negen procent is eigenlijk helemaal niet zo rijk. Je behoort er al toe wanneer je 50.000 Tsjechische kronen per maand verdient, omgerekend zo'n 1860 euro. Bruto. Niet eens zo gek veel meer dan het minimumloon hier in Nederland. En na belastingen, blijft daar maar 1340 euro van over. Geen vetpot, ook al zijn in Tsjechië sommige zaken wel goedkoper dan in het westen. De grootste groep, zeg maar de middenklasse, verdient hier nog eens slechts de helft van, 25.000 kronen dus.

De hoop snel aansluiting te vinden bij het Westen is allang vervlogen en mensen beginnen zich af te vragen hoe dit mogelijk is. Sommigen geven multinationale ondernemingen de schuld. Die krijgen alle ruimte, hebben Tsjechische bedrijven opgekocht en gebruiken het land alleen maar als goedkope productieplaats, investeren weinig opnieuw en sluizen elk jaar vele miljarden het land uit  - onder meer naar belastingparadijzen als Nederland. 

Anderen geven opeenvolgende Tsjechische regeringen de schuld. Die zouden Tsjechië alleen maar hebben gepromoot als lagelonenland en geen beleid te hebben gemaakt gericht op innovatie en hoogwaardige economische sectoren. En dan dreigt ook nog eens  robotisering de matig betalende banen die er zijn weg te blazen.

En hoewel de EU niet direct een mikpunt van de frustratie is, is de ideologie achter het beleid in Brussel (vrije concurrentie, minimale overheidsbemoeienis, vrijhandel inclusief verregaande bescherming van de belangen van investeerders, enzovoort) natuurlijk wel een steen des aanstoots. Zoveel is duidelijk: ook in het voormalige Oostblok is de glans wel van het EU-lidmaatschap af. De frustratie voor eeuwig een tweederangs lid te zijn, drijft sommigen in de armen van Rusland. Anderen keren zich sacherijnig af van elke vorm van politiek of stemmen met hun voeten. Want Tsjechië is van de voormalige communistische landen nog een van de minst slecht presterende. 

28 Jaar na de val van de muur realiseert Tsjechië dat het nog steeds arm is en niemand heeft een idee wat hieraan te doen. Iets zegt mij dat de maatschappelijke onvrede niet alleen in West-Europa nog voor verrassingen gaat zorgen.

Terug naar overzicht