De schaduw van het Empire

11 juni 2017

Een tweet van Patrick van IJzendoorn, de correspondent in Londen voor de Volkskrant, zette mij aan het denken. Van IJzendoorn citeerde de Britse historicus Peter Hennessey, die stelde dat de EG/EU sinds de jaren vijftig de sloophamer is van de Britse politiek. Meningsverschillen over Europese samenwerking splijten de gevestigde machtsblokken van de Conservatieven en Labour (sinds Margaret Thatcher overigens met name de eerste) en ondermijnen zo de Britse politieke stabiliteit.

Vanaf de eerste aanzetten tot Europese samenwerking einde jaren veertig is Groot-Brittannië hier sceptisch over geweest: Winston Churchill was weliswaar voor een verenigd Europa, maar dan wel zonder Groot-Brittannie. Want voor zijn land zag hij een bijzondere rol weggelegd: als draaischijf binnen de drie 'cirkels' - het Gemenebest, de Verenigde Staten en Europa. Dit was in de tijd dat Groot-Brittannie zich nog kon laven aan de heroïek van de overwinning op nazi-Duitsland, het Empire nog bestond en het continent verdwaasd zijn wonden likte.

Begin jaren zestig waren de kaarten flink geschud en niet in het voordeel van de Britten: het Empire was een vervagende herinnering geworden, de Verenigde Staten interesseerden zich nauwelijks nog voor hun oude bondgenoot uit de oorlog en het continent was, met als kern het monsterverbond tussen de oude vijanden Frankrijk en (West-)Duitsland, uit de as herrezen en snelde Albion voorbij. De Amerikaanse voormalige minister van buitenlandse zaken Dean Acheson hield in 1961 niet voor niets zijn beroemde rede voor de militaire academie van Westpoint waarin hij stelde dat Groot-Brittannië zijn Empire was kwijtgeraakt, maar het nog geen nieuwe rol had gevonden. 

Furieus waren de reacties uit Londen - er was duidelijk een open zenuw geraakt. De Britten probeerden vervolgens wanhopig om alsnog aansluiting te vinden bij de continentale buren, waarop het zolang had neergekeken.Tevergeefs - de Franse president Charles De Gaulle wilde zijn plek bovenaan de Europese pikorde niet opgeven en weigerde de Britse toetreding tot de (toen nog) EEG tot twee maal toe. Pas begin jaren zeventig mocht een, toen ver achteropgeraakt, Groot-Brittannië eindelijk aanschuiven. 

De Gaulle had als reden voor zijn weigering aangevoerd dat de Britten niet voldoende doordrongen waren van de Europese gedachte, zij waren een Amerikaans paard van Troje, dat slaafs de bevelen uit Washington zou opvolgen en niet bereid was om mee te helpen een eigen Europese macht op poten te zetten. En hoewel hij daarmee een mooi rookgordijn optrok waarachter het Franse eigenbelang schuilde, bleek zijn inschatting geen slechte: vanaf het begin van de Britse toetreding tot de EEG, later de EG en EU, was hun lidmaatschap weinig enthousiast. Van het referendum in 1975 via de campagne van Thatcher om 'haar geld' terug te krijgen en de slaafse steun van Tony Blair aan de Amerikaanse 'oorlog tegen de terreur' tot het referendum afgelopen jaar: altijd hebben de Britten de indruk gegeven met frisse tegenzin mee te doen binnen de Europese club. Bij gebrek aan beter, zo gezegd. En altijd, zeker bij de Conservatieven, bleef het fata morgana van Churchills driecirkeltheorie wenken. 

Je hoorde het afgelopen jaar tijdens de campagne voor het referendum: nadat de trossen met het vermolmde continent zouden zijn doorgeslagen, kon een 'global Britain' de banden weer aanhalen met snelgroeiende oud-koloniën als Kong Kong, Australië en India. 

Maar nu de realiteit. Een jaar later is er nog geen begin gemaakt met de ongetwijfeld pijnlijke onderhandelingen die het land moeten losweken uit de EU, is de politieke klasse aan het wegzinken in chaos en zakt de economische groei in. Al voor het referendum was overigens al duidelijk dat het land een veel lagere arbeidsproductiviteit heeft dan andere West-Europese landen en dat de spiegelingen van de kantoortorens in Londen de armoede van met name Noord-Engeland niet aan het zicht kan doen onttrekken. 

De puinhoop van de afgelopen dagen is voor Jonathan Holslag dit weekend reden om te spreken over de 'imperiale glans' van Groot-Brittanië die 'definitief is verdwenen'. Het land valt uit elkaar, strategisch wordt het onbeduidend, economisch is het niet concurrerend (want er wordt onder meer veel te weinig uitgegeven aan innovatie), de diplomatie - ooit zo geroemd - is schandalig onderbezet... Desondanks kiest het nu het ruime sop - ook uit frustratie over de kloof tussen werkelijkheid en droom. Ook ruim vijftig jaar na Achesons toespraak heeft Groot-Brittannië nog geen nieuwe rol op het wereldtoneel gevonden.

Terug naar overzicht